Hij kent zijn eigen grens niet.

Veel kinderen van wie gezegd wordt dat zij sociaal onvaardig zijn hebben geen baat bij het aanleren van sociale vaardigheden alleen.  Het doet deze kinderen nog meer wankelen, doordat zij geneigd zijn deze ‘regels’ strict ter hand te nemen en zichzelf daarbij nog meer verliezen.  Zij zijn juist gebaat bij het serieus nemen van hun eigen grens en daarmee zichzelf, zodat zij zo stevig staan, dat ze niet over een ander heenlopen, noch zichzelf laten wegcijferen.

Bij sommige mensen, grote en kleine, komt de grens van de eigen ruimte niet overeen met de ruimte waarin ze op hun sterkst zouden zijn.

Ieder heeft zijn eigen ruimte.


1.
Ik loop over een plein. Aan de andere kant struikelt een kind bijna.

Zijn moeder ontgaat t, en ik wil toeschieten..

30 meter bij mij vandaan.

Mijn moeder heeft verdriet.
Ze zit naast me en ik vertel mijn verhaal.
Ik voel de pijn,
haar pijn, in mij.

Waar ligt mijn grens?
Waar houd ik op en begint de ander?
Waar houd ik op en waar begint de wereld?

2.
Bij sommige mensen, grote en kleine, komt de grens van de eigen
ruimte niet overeen met de ruimte waarin ze op hun sterkst zouden
zijn.
Voor sommigen is de eigen ruimte héél groot. Hun energie raakt
verloren in die ruimte. Zij zelf zijn overal, en maar weinig bij
zichzelf.
Anderen hebben een heel kleine ruimte. En mensen lopen door die
ruimte heen. En voorwerpen vliegen rakelings langs en gedachten en
gevoelens van anderen hebben vrij spel. De mensen zelf worden nauwelijks gezien.

3.
Een jongen wilde heel graag zijn verhaal vertellen. Hij wist alles
van Saturnus en dat moest natuurlijk iedereen weten, want het was interessant.
Hij boog héél ver voorover, naar al die mogelijke toehoorders.
Hij bewoog weer héél ver naar voren, want zij moesten nog meer
weten. Want het is heel interessant…
en toen …
toen viel hij om…

Hij snapte dat Saturnus … , maar hij kon maar niet begrijpen waarom
zijn neus zo pijn deed.
Hij wist dat…, maar niemand kwam hem helpen.

Hij wil niet geholpen worden, dachten de andere mensen.
Hij ziet ons niet, zeiden ze tegen elkaar.

En de kleine astronoom had pijn aan zijn neus en voelde zich erg alleen.

4.
Ik loop op het plein en lach.
Midden op het plein sta ik stil. Beide voeten op de grond. Adem in, adem uit.
Ik weet precies hoe groot ik ben.

Ik ben héél groot,
en het gekke is..
mijn eigen ruimte is kleiner dan de vorige keer op dit plein.

Ik luister naar het verhaal van mijn moeder.
Ik kan alles horen.
Ik luister.
En het blijft háár verhaal.

5.
De kleine astronoom leert zijn eigen ruimte kennen.
Als hij zijn voeten leert voelen,
zijn benen, zijn heupen,
zijn buik,
zijn rug, schouders en armen,
zijn handen, zijn nek, en zijn hoofd.

We beginnen bij zijn neus. Die vraagt de aandacht.
We gaan niet zo veel praten. We voelen.
Geen waarom, maar wat voel je? En waar precies? En waar nog meer?

Wat gebeurt er met dat gevoel als je op je tenen gaat staan met je
schouders omhoog? Wat gebeurt er met dit gevoel als je je buik
helemaal leegmaakt en weer loslaat? Wat gebeurt er met dat gevoel als
je dagdroomt dat je naar Saturnus reist?

De kleine grote astronoom leert zijn lichaam kennen.
Hij voelt waar t fijn is en wat pijn doet. Hij voelt wat ’t doet als hij iets vertelt.  Hij voelt wat ’t hem doet als een ander naar hem luistert.
Hij voelt hoe het is om heel sterk te zijn, terwijl je echt ontspannen bent.

Hij voelt hoe het is om stevig te staan, en te weten wat je echt wilt.

Van lichaamsbesef,
naar lichaamskracht
naar
mentale kracht.
voeten, adem, focus!

Hij voelt hoe sterk hij zelf is,
als hij bij zijn eigen kracht en zijn eigen gevoel en zijn eigen voeten op de grond blijft!

5.
Ieder heeft zijn eigen ruimte.
De grens voel je exact wanneer deze overtreden wordt.
Bij sommige mensen kun je heel dichtbij komen.
Anderen voelen je al van ver.

Als je je eigen grens serieus neemt,
kun je deze precies de juiste ruimte laten begrenzen,
de ruimte die voor jou het beste werkt.

6.
Ik werk met kinderen aan: jezelf serieus nemen. Veel kinderen van wie gezegd wordt dat zij sociaal onvaardig zijn hebben geen baat bij het aanleren van sociale vaardigheden alleen.  Het doet deze kinderen nog meer wankelen, doordat zij geneigd zijn deze ‘regels’ strict ter hand te nemen en zichzelf daarbij nog meer verliezen.  Zij zijn juist gebaat bij het serieus nemen van hun eigen grens en daarmee zichzelf, zodat zij zo stevig staan, dat ze niet over een ander heenlopen, noch zichzelf laten wegcijferen.

“Hij luistert niet”. “Hij ziet ons niet”. “Hij hoort ons niet.”
 Is vaak een teken van:
Hij kent zijn eigen grens niet.
dat is:
Hij neemt zichzelf niet serieus.
terwijl gedacht wordt: hij neemt zichzelf te serieus. Hij vindt zichzelf zo belangrijk.

Leer hem zijn grens kennen.
Leer hem zichzelf serieus te nemen.
Dan volgt de rest vanzelf!

Advertenties

2 Reacties op “Hij kent zijn eigen grens niet.

  1. Leuk, Hadewych, spannend. Ik zou ook erg benieuwd zijn naar de ondertitels (hoe werk het), heb je die ook ergens staan?

Geef een reactie

Vul je gegevens in of klik op een icoon om in te loggen.

WordPress.com logo

Je reageert onder je WordPress.com account. Log uit / Bijwerken )

Twitter-afbeelding

Je reageert onder je Twitter account. Log uit / Bijwerken )

Facebook foto

Je reageert onder je Facebook account. Log uit / Bijwerken )

Google+ photo

Je reageert onder je Google+ account. Log uit / Bijwerken )

Verbinden met %s