Het is verdomme mijn potlood!

Toen werd ze boos. Boos om een potlood. Het kan toch niet waar zijn, dacht haar moeder. Er is iets met dit kind.

Een meisje van 11 was aan het tekenen aan de keukentafel. Een glanzend wit papier voor haar neus. Haar potloden keurig geordend op kleur ernaast. Moeder schilt aardappels, kind zit erbij, te tekenen en te babbelen. Een gemoedelijke gezinssituatie.

Het is verdomme mijn potlood!

Dan valt het rode potlood.

Wat gebeurt er, denk je? Is ze boos geworden omdat haar mooiste potlood viel? En misschien kapot was? Werd ze boos op haar moeder, omdat ze toch iemand de schuld moest geven..?

Ja, zegt moeder, nog altijd boos. Ze werd boos om een potlood. Ik denk dat ze denkt dat ik het heb gedaan. Want ze werd woest. Op mij. Ze schreeuwde en tierde en sloeg met de deur. Haar tekening is er niet meer.

Nee, zegt het meisje van 11, zacht en rustig. Er zijn miljoenen potloden op de wereld. Bijna ieder potlood valt een keer op de grond. Het was nu de beurt aan dit rode potlood om op de grond te vallen. Ik deed niets met dat potlood en mijn moeder was aardappels aan het schillen.

Haar moeder kijkt haar verbouwereerd aan. Dan met bezorgde blik schuin naar mij. Zie je, er is iets met dat kind, fluistert ze.

Ik bedenk niets. Ik luister en vraag aan het meisje: Wat gebeurde er?

‘Niets’, zegt het meisje, nog altijd kalm. Ik was aan het tekenen, zij was aan het koken. En er viel een potlood op de grond.

Moeder snapt er niets meer van. Er gebeurde niets..? Waarom ben jij niet eerlijk? Waarom verdraai je de feiten altijd? Je werd laaiend, je was in alle staten.

Ik luister en vraag aan het meisje: Wat gebeurde er?

Mijn moeder raapte MIJN potlood op. Het is verdomme míjn potlood!

Kinderen willen zo graag zelf doen wat ze zelf kunnen, en zo graag begeleid worden waar dat nodig is. Zelluf doen, ikke zelluf doen, roept de peuter. Hij wil zelf proberen, en zelf leren. Hij ervaart wat hij kan. Het maakt hem trots en het maakt hem wie hij is.  Hij heeft nog geen zelfbeeld, dat is hij aan het opbouwen. Ik kan de stoel optillen, ik kan zelf naar boven en ik kan papa omduwen. Daar gaat het om in het leven van de peuter.

Hier gaat het om een pre-puber, een meisje van 11 jaar. Een heel ‘gewoon’ meisje dat nooit iemand tot last is, veel zelf kan, haar ouders regelmatig helpt en een paar leuke vriendinnen heeft. Ze wordt alleen steeds vaker ontzettend boos op haar moeder.

Een meisje dat groter wordt en steeds meer haar eigen leven wil bepalen. Dat vraagt ruimte èn steun. Het is best ingewikkeld  om tegelijkertijd een grote meid in huis te hebben die veel zelf kan, èn een klein meisje dat graag haar steun heeft. Zij wil haar eigen ruimte.

Ik geef ouders van boze kinderen, van welke leeftijd ook,  mee dat ze het kind  kunnen laten vragen wat het nodig heeft. ‘Ik heb een potlood laten vallen’ is geen vraag. “Ik kan niet bij mijn potlood. Wil je me helpen?” Dat is al bijna een vraag! Het kind leert de regie te nemen over zijn gedrag, over moeilijkheden en over mogelijke oplossingen. Het kind weet ook dat er niets gebeurt als het zelf niets onderneemt. Of het kind drie is of 11 of 18.

Moeder zegt: Ik wilde alleen maar helpen. Ik wil er voor haar zijn. Ze gaat al steeds vaker alleen weg, met vriendinnen, en ze gaat zelf naar school en naar hockey. En naar bed. Ik mis haar. En dochter zegt: Ik wil dat mijn moeder er voor mij is als ik haar nodig heb. Ik mis haar.

Ik gooi een rood potlood op de grond. Moeder en dochter kijken elkaar aan, en schieten in de lach.

Volgende week hoor ik graag welke potloden jullie hebben laten liggen.

Hadewych Simonis, coach en trainer voor Gevoelige Denkers die stevig willen staan. #MatriXcoaching #RotsenWater #IkLeerLeren GRONDIG denken, GRONDIG spelen, GRONDIG doen
Advertenties