De juf vindt dat ik niks kan.

Het gaat helemaal niet goed op school. Ik ben boos. En verdrietig. Nee ik ben gewoon verdrietig. De juf vindt dat ik niks kan. En ik heb geen vriendjes, geen echte vriendjes. En ze spelen liever zonder mij. En ik vind er niks aan.

– Je bent verdrietig.Waar zit dat ‘verdrietig’ ?

Hier, in mijn buik, en in mijn hoofd, hier. Ze zegt steeds dat het fout is, en dan voel ik t hier.

– Wat zit daar?

Nou, eerst niks, en toen een bal, en nu is ie heel groot geworden.

– Kleur?

Rood, fel rood, en hard en groot, en helemaal hier.

 

– Poeh! Wat wil je met die groot, en hard en rood doen, die bal?

Ha! Ik prik ‘m lek! Hartstikke lek, pffffff, en knal en weg ermee, hupsakee!

Pim van 7 slaakt een diepe zucht. De lucht uit de bal lijkt uit zijn mond te komen.

(We ruimen de resten op van de bal.)

 

Ik vraag hem wat de juf zegt. – Zegt ze dat je niks kan?

…… nee….

– Dus ze zegt niet dat je niks kan? Zegt ze dat je alles kan?

Nee.

– Wat zegt ze dat jij kunt?

O, heel veel.

– Ik wil er 3 horen. Niet meer hoor! 😉

En Pim noemt drie voorbeelden.

Ik laat Pim zich voorstellen dat hij in de klas is, op een moment dat hij dat nare gevoel krijgt.

 

– Wat komt er nu nog in je op?

Ik kan niks.

– Ah, jij vindt dat je niks kan.

Pim zucht:

Ja, ik denk dat ik niks kan.

Ik denk soms dat ik niks kan.

Soms kan ik iets niet.

Soms….

 

We zijn er. We zijn bij hemzelf. Hij is bij zichzelf.

Vanaf hier kunnen we verder!

 

 

 

 

 

Hadewych Simonis en trainer en kindercoach in mentale en emotionele weerbaarheid, in Monster, Westland, Zuid-Holland. Wiebelige kinderen, en ouders, leren bij haar de eigen kracht kennen.

 

Advertenties