Mag ik anders zijn?

photo-133Vijf was hij, en hij ging. De gymzaal was eng en groot, de kinderen waren druk en onbekend, de trainer praatte hard, rook raar, en stelde 7 vragen!

Een bange jongen. Een verlegen jongen. Een teruggetrokken jongen. Hij maakt geen contact. Hij kijkt ons niet aan. Hij lijkt zo jong. Hij zegt niets. Hij kan niet kiezen. Hij doet niet mee. Is hij soms autistisch?

Een inkijkje in zijn hoofd geeft een ander beeld:

Ik wil leren freerunnen. Daar kan ik nog niet op. Dat betekent dat ik me op een andere manier moet voorbereiden. Ik moet lenig worden, en sterk, en ik moet leren vallen, want free-runnen is riskant. Ik weet waar ik wat kan leren. Ik ga op judo en op turnen. Ik wil geen spelletjes doen. Ik wil leren hoe ik aan de ringen zo hoog mogelijk kan zwaaien en hoe ik er het best af kan springen. Ik wil de judorol leren. Ik wil mezelf kunnen optrekken aan het touw en aan de rekstok.

Mijn wil is groter dan mijn angst. Ik ga!photo-134

Ik vraag hem hoe hij het vindt bij de training.

Ik snap niet dat die andere kinderen met elkaar klieren. Dat kun je toch ergens anders doen! En ik snap niet dat de trainer ‘goedzo’ zegt als het helemaal niet goed gaat. Hij kan het me toch uitleggen!

Snap je het niet, of ben je het er niet mee eens?, vraag ik.

Ehh. Ik wil het anders, zegt hij. Ik zou willen dat ik in deze tijd in deze zaal zo veel mogelijk en zo goed mogelijk kan leren van de trainer. Maar de trainer wil een leuke en grappige trainer zijn. En de andere kinderen willen het leuk hebben, denk ik, of gewoon iets doen, of niets. Ik vind dat eigenlijk raar. En zij vinden het raar dat ik dat weer niet leuk vind. Ik ehhh, snap het wel, maar … ook weer niet…

Hier spreekt en denkt een jongen met zelfkennis. Met de capaciteit om vooruit te kijken, en te plannen. Met grote taal – en denkvaardigheid. En met een groot sociaal inzicht en het vermogen zich in te leven in een ander. Hier is sprake van een jongen die de capaciteiten heeft de situatie te overzien. Tegelijkertijd wordt hij door de situatie, met alle bijbehorende prikkels, overspoeld, èn weet hij: hier moet ik zijn, dit moet ik doen. En hij blijft. Wat een keuze! Wat een inzicht!

Verplaats deze situatie naar een schoolklas. Daar zit het meisje dat wil leren en heel stil in de klas zit. Daar stuitert een jongen, wiens brein gevoed wil worden. Overspoeld door prikkels, met een tekort aan begrip en aansluiting.

Wie ziet en hoort dit kind? Wie luistert naar dit kind? Hoe leert dit kind naar zichzelf te luisteren en zijn gevoelens en gedachten te uiten, op een manier dat anderen hem horen en begrijpen?

Ik ben anders, en dat mag! Màg ik anders zijn?

Hadewych Simonis is kindercoach en trainer voor denkers. In haar praktijk GRONDIG, in Monster, werkt zij met (hoogbegaafde) kinderen en hun ouders aan stevige grond onder hun voeten.

 

 

 

 

 

Advertenties