Ik ben er voor je, als je me nodig hebt.

mijn kind en ikTien is hij. Een intens belevende en denkende jongen. Hij zit tegenover me. Zijn voeten bungelen en schoppen onder de tafel. Hij heeft zijn blik naar beneden, zijn oren wagenwijd open. Zijn moeder zit naast hem, rechtop, alert. Haar ogen gaan van hem naar mij, en van mij naar hem, en weer en weer en weer. Zij zou alles wel voor hem willen doen. De jongen heeft veel ruzie met zijn moeder, en moeder geeft aan dat de jongen niets meer wil.

Ik vertel een verhaal. Over een kuiken dat opgroeit, bij zijn mama in de buurt. Een kuiken dat wat rondbanjert, en dan op verkenning uitgaat. Het kuiken beweegt zijn linkervleugel eens, het strekt zijn rechtervleugel eens uit. En de eendenmoeder kijkt naar haar zoon, en ziet dat het goed is…

De moeder schuin voor me maakt een beweging naar achteren. Zij leunt met haar rug tegen de leuning van de stoel. Haar ogen worden zacht. Ze kijkt naar de tafel waar ik één blokje langzaam laat verwijderen van het andere, wat grotere blok. Het kleine blokje richt zich op.

‘Groot’, zegt de jongen. Jij bent ook groot, zegt zijn moeder. Hun blikken vinden elkaar.

Leg eens een matje neer voor jouw plek, vraag ik de jongen. En leg eens een matje neer voor de plek van je moeder. De jongen legt zichzelf midden in de grote ruimte neer. Dan pakt hij het matje voor zijn mama. Hij legt het vlak voor zich neer. ‘Nee’, zegt hij. Hij pakt het matje op en legt het aan de andere kant van de ruimte, heel ver weg. ‘Nee’, zegt de jongen van 10, zoon van zijn moeder. Hij pakt het matje van zijn mama op, legt het zo’n metertje vóór zijn matje, en gaat op zijn eigen plek staan. ‘Zo’, zegt hij.

Ik vraag moeder om plaats te nemen op de plek die haar zoon zojuist heeft neergelegd voor haar. Ga er maar staan, en voel hoe het daar voor je is. Ik wil niet dat je van plaats verandert. Ik wil dat je voelt hoe deze plek voor jou is. De mama gaat staan. We ademen een paar keer diep, zodat ze goed kan voelen hoe het daar is, op die plek. Dan zakken haar schouders, en komt haar kin langzaam op. Ze kijkt haar zoon recht aan. met rustige ogen. Ook de jongen ontspant. Hij kijkt. Hij ademt in, en uit.

Als ik hem vraag welke beweging hij zou willen maken, doet hij een stap naar achteren en draait hij zich langzaam om. Ik leg mijn hand op de linkerschouder van moeder. Zij staat niet alleen. ook zij mag zich gesteund weten. Ik sta achter haar.

Ik geef de moeder een teken dat zij ook haar hand, die contact wilde maken met de jongen, op zijn schouder mag leggen.

“Ik ben er voor je, als je me nodig hebt”, zeg ik tegen moeder. Moeder zegt: “Ik ben er voor je, als je me nodig hebt, lieve jongen.” “Ga maar.”

 

Dit is een stukje uit de praktijk. Moeder en zoon komen langs voor een gesprek, want zoon zit niet lekker in zijn vel. Hij reageert veel boos, thuis vooral, op zijn moeder. Op school is hij eigenlijk heel rustig. In het gesprek is te zien, en te voelen, dat moeder veel voor haar zoon wil doen. Heel fijn, zo’n betrokken moeder. Nog fijner als zij deze intentie om kan zetten in acties die daadwerkelijk ondersteunend zijn, voor haar zoon, en zo ook voor haar en hun relatie. Moeder en zoon hebben hier beide iets te leren.

Prachtig om te zien hoe het moeder lukt om te blijven staan, op haar eigen plek, en naar haar jongen te kijken. Zij hoeft niet altijd iets te doen. De jongen voelt direct het vertrouwen, en daarmee de ruimte om zelf te voelen wat hij wil en kan. Hij hoeft moeder niet weg te duwen. Hij kijkt haar rustig aan, en draait zich om naar …. zijn doel… 

Het is even stil. Dan zegt de jongen: Ik wil graag weer op scouting.

 

Hadewych Simonis is trainer en coach voor Gevoelige Denkers in Monster. Zij werkt met kinderen, pubers en ouders aan het innemen van de eigen plek. Wie ben ik, wat wil ik, en hoe ga ik dat doen? Zij doet dit middels onder meer individuele trajecten, trainingen Rots & Water, en Rots & Water – HB, ouderbijeenkomsten, en oudercursussen.
Advertenties